De Nederlandse glastuinbouw

Het telen van groenten, fruit, bloemen en planten in kassen gebeurt al 100 jaar. Eerst waren dat lage, platte kasjes waarin vooral sla werd geteeld. Later gingen de kassen ‘de lucht in’ en werd het een teeltruimte en werkplek die bescherming biedt tegen weersomstandigheden. Dankzij technologie lukt het om in deze kassen een maximale productie te halen met minimaal gebruik van grondstoffen zoals water, voedingsmiddelen en energie. Het totale oppervlakte in Nederland is 4,2 miljoen hectare; 0,2% daarvan is voor de glastuinbouw.

Ook is de glastuinbouw in Nederland op grote schaal gemoderniseerd. Vernieuwingen en innovaties maken het mogelijk om de plant optimaal te verwennen. Bovendien kunnen telers in de gecontroleerde omgeving van de kas heel goed rekening houden met het milieu. Duurzaamheid staat voorop bij de ruim 3.300 glastuinbouwbedrijven.

Bodem en water

In sommige kassen groeien de planten in de bodem. Maar dat gebeurt steeds minder. Bij grofweg 80 procent van het teeltoppervlak in Nederland groeien de planten in ‘substraat’. Dit zijn bijvoorbeeld teeltmatten van steenwol of in potten met potgrond of kokos. Een nieuwe ontwikkeling voor het telen van planten is de teelt op water (in goten of bassins), hier komt dus geen grond of teeltmat aan te pas.

De teelt op substraat heeft veel voordelen ten aanzien van telen in de bodem. Wil je hier meer over weten? Lees dan verder over het concept van de circulaire kas.

Wil je weten hoe de planten in de kas eigenlijk water krijgen, lees hier dan meer over watergift.

Energie

Licht en energie zijn essentieel om planten te laten groeien. Er zijn koude teelten (bijvoorbeeld rucola en violen) en gewassen (denk aan radijs of groene planten) die weinig licht nodig hebben. Maar feit is dat de meeste planten in de kas het beter doen bij warmte en licht. Juist omdat licht en energie zo belangrijk zijn, is de Nederlandse glastuinbouw initiatiefnemer in energiebesparing en nieuwe energiebronnen (zoals aardwarmte, ook wel geothermie genoemd). Daarmee levert de glastuinbouw een bijdrage aan een duurzame samenleving.

Maar die overschakeling op duurzame energiebronnen gaat niet van vandaag op morgen. Daarom maken veel telers nog gebruik van een WKK, een warmtekrachtkoppeling. Dit is een verbrandingsmotor die loopt op gas. Hij levert zowel warmte als kracht. Bij kracht moet je denken aan elektriciteit. De CO2 die daarbij vrij komt gebruikt de teler in de kas voor het groeien van de planten. Het rendement van de WKK is dus heel hoog. Ook in de toekomst kunnen telers de WKK nog gebruiken, op voorwaarde dat de motor dan gaat draaien op groen gas of waterstof.

Arbeid

De glastuinbouwsector werkt vaak met een wisselend aantal werknemers, dit omdat gedurende het seizoen sommige gewassen erg arbeidsintensief zijn. Daarvoor zijn er extra (tijdelijke) medewerkers nodig, uit binnen- en buitenland. Bij andere teelten is automatisering al de standaard en fluctueert het aantal werknemers minder. Ook wordt getest met robots in de kas, bijvoorbeeld voor het plukken van paprika’s en aardbeien. Voor werknemers is de glastuinbouw een sector in ontwikkeling met volop (groei)kansen. Lees hier meer over de carrièrekansen in en om de kas.

Beschikbare vacatures

Momenteel geen beschikbare vacatures gevonden.